Goede verlichting begint bij de werkzaamheden

De juiste kantoorverlichting helpt je om documenten, beeldschermen en andere werkmaterialen goed te zien zonder dat het licht onrustig of vermoeiend aanvoelt. Hoeveel licht nodig is, hangt af van de werkzaamheden, de inrichting en de hoeveelheid daglicht in de ruimte. Een werkplek voor nauwkeurig tekenwerk stelt bijvoorbeeld andere eisen dan een kantine of informele overlegzone. Ook de plaats van ramen, de kleuren van muren en meubels en de leeftijd van gebruikers hebben invloed op de lichtbehoefte.

De wet noemt geen algemeen aantal lux dat voor elk kantoor geldt. Het Arbobesluit bepaalt wel dat werkplekken voldoende daglicht en kunstlicht moeten hebben en dat verlichting geen risico mag vormen voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Voor een zorgvuldige uitwerking wordt doorgaans gebruikgemaakt van NEN EN 12464 1:2021. Deze norm behandelt niet alleen de hoeveelheid licht, maar ook de kwaliteit, verdeling en geschiktheid voor verschillende werkzaamheden.

Lumen, lux, watt en kelvin uitgelegd

Bij het vergelijken van lampen en armaturen kom je verschillende technische begrippen tegen. Ze beschrijven ieder een ander onderdeel van verlichting en zijn daarom niet onderling uitwisselbaar.

  • Lumen geeft aan hoeveel zichtbaar licht een lichtbron in totaal produceert. Een hogere lumenwaarde betekent doorgaans een grotere lichtopbrengst.
  • Lux geeft aan hoeveel licht op een bepaald oppervlak terechtkomt. Eén lux staat gelijk aan één lumen per vierkante meter. Voor een kantoor is vooral de hoeveelheid licht op het werkblad van belang.
  • Watt geeft het elektrische vermogen en daarmee het energiegebruik van de lichtbron aan. Het wattage zegt bij moderne ledverlichting niet rechtstreeks hoeveel licht een lamp afgeeft.
  • Kelvin beschrijft de kleurtemperatuur. Ongeveer 2700 kelvin oogt warm wit, 3000 kelvin is warm wit, 4000 kelvin is neutraler en hogere waarden krijgen een koelere uitstraling.

Kijk bij een verlichtingskeuze en de akoestische verlichting dus niet alleen naar het vermogen. De combinatie van lichtopbrengst, lichtverdeling, kleurtemperatuur en het armatuur bepaalt hoe het licht uiteindelijk in de ruimte wordt ervaren. Ledlampen gebruiken voor een vergelijkbare lichtopbrengst minder energie dan traditionele gloei- en halogeenlampen.

Hoeveel lux is passend voor een kantoorruimte?

Voor veel reguliere kantoorwerkzaamheden, zoals lezen, schrijven en beeldschermwerk, wordt ongeveer 500 lux op het taakgebied als uitgangspunt gebruikt. Een taakgebied is het deel van de werkplek waar de eigenlijke werkzaamheden plaatsvinden, bijvoorbeeld het bureaublad. Dat betekent niet dat de hele ruimte overal even sterk verlicht moet zijn.

De directe omgeving mag een lager lichtniveau hebben, zolang de overgang niet te groot wordt en er geen hinderlijke contrasten ontstaan. Voor veelvoorkomende kantoorruimten worden vaak de volgende richtwaarden aangehouden:

  • Reguliere kantoorwerkplek: circa 500 lux
  • Vergader- en overlegruimte: circa 500 lux
  • Receptie of ontvangstbalie: circa 300 lux
  • Kantine of verblijfsruimte: circa 200 lux
  • Gang en verkeersruimte: circa 100 lux

Deze waarden zijn indicatief. De actuele NEN EN 12464 1:2021 kijkt ook naar gelijkmatigheid, kleurweergave, verblinding en de verlichting van wanden en plafonds. Bij beeldschermwerk moet bovendien worden voorkomen dat armaturen of ramen hinderlijke reflecties veroorzaken. Plaats beeldschermen daarom bij voorkeur haaks op het raam en gebruik passende zonwering wanneer het contrast tussen het scherm en de omgeving te groot wordt.

Combineer functioneel licht met sfeer en akoestiek

Een goed lichtplan bestaat meestal uit meerdere lagen. Algemene verlichting zorgt voor een gelijkmatige basis, terwijl gerichte verlichting extra licht geeft op werkbladen, vergadertafels of ontvangstplekken. Decoratieve armaturen kunnen sfeer toevoegen, maar mogen functionele verlichting niet vervangen. Een opvallende hanglamp boven een overlegtafel kan bijvoorbeeld goed werken wanneer de lichtverdeling prettig blijft en de lichtbron niet verblindt. Akoestische armaturen combineren verlichting met geluidsabsorberend materiaal. Ze kunnen daardoor bijdragen aan een rustigere ruimte, vooral boven overlegplekken en in open kantoren.

Kijk hierbij naar de aantoonbare lichttechnische én akoestische prestaties; een gestoffeerd armatuur is niet automatisch voldoende voor beide functies. Ook duurzaamheid verdient aandacht. Ledarmaturen, daglichtregeling, dimmers en aanwezigheidsdetectie kunnen onnodige branduren beperken. Houd daarnaast rekening met onderhoud, vervangbaarheid en de levensduur van onderdelen. Een verlichtingsinstallatie blijft namelijk alleen goed functioneren wanneer armaturen schoon zijn en de oorspronkelijke lichtopbrengst voldoende behouden blijft.